Wat is mediaopvoeding?

Wat is mediaopvoeding?

Mediaopvoeding is dat deel van de opvoeding dat erop gericht is om kinderen bewust en selectief met het media-aanbod om te laten gaan en ervoor te zorgen dat ze de inhoud van dat aanbod kritisch kunnen beschouwen en op waarde weten te schatten. In de praktijk gaat het om gamen, internetten, lezen en tv-kijken.

Ouders doen niet altijd bewust aan mediaopvoeding, maar wat ze doen – of juist laten – heeft wel altijd invloed op het opgroeien van hun kinderen. De beslissing om bijvoorbeeld wel of geen Nintendo Wii Fit te kopen, de tijd die ouders zelf aan internetten of lezen besteden, en het enthousiasme om te twitteren of via sms te stemmen bij tv-shows, zijn allemaal signalen voor hun kinderen hoe je met media omgaat.

Normen, waarden en omstandigheden

Hoe mediaopvoeding eruit ziet, hangt af van de omstandigheden, en van wat ouders goed en waardevol voor hun kinderen vinden. Dat verschilt per gezin. Maar ook binnen één gezin kunnen er verschillen zijn, bijvoorbeeld bij kinderen van verschillende leeftijden.

De ontwikkelingsfase van een kind is een belangrijke factor voor de invulling van mediaopvoeding. Bij het opgroeien zijn er verschillende fases te onderscheiden in de manier waarop ouders en kinderen met elkaar omgaan: voordoen, samen ontdekken, coachen, en – uiteindelijk – loslaten. Bij jonge kinderen zullen ouders bijvoorbeeld andere keuzes maken voor het gebruik van games en de computer dan bij oudere kinderen.

Ook kan de mediaopvoeding van jongens er anders uitzien dan voor meisjes. Bij meisjes zijn ouders meestal sneller geneigd om schietgames af te keuren, terwijl jongens daar meer vrijheid in hebben.

Verschillende soorten begeleiding

De manier waarop ouders het mediagebruik van hun kinderen kunnen begeleiden, komt gedeeltelijk overeen met de vijf opvoedingstaken die iedere ouder bewust of onbewust hanteert:

  • zicht houden op het kind;
  • veiligheid bieden;
  • zorg verlenen (lichamelijk en geestelijk);
  • sturen (door verwachtingen uit te spreken);
  • grenzen stellen.

Wanneer je dit vertaalt naar mediaopvoeding, kun je drie soorten begeleiding onderscheiden:

Restrictieve begeleiding oftewel grenzen stellen aan het mediagebruik. Bijvoorbeeld door het verbieden van bepaalde tv-programma’s of games. Of door het maken van afspraken over hoe lang en wanneer kinderen iets mogen doen.

Actieve begeleiding oftewel het sturen van je kinderen door het geven van informatie. Bijvoorbeeld door uit te leggen waaróm bepaalde games ‘goed’ of ‘fout’ zijn, of door uitleg te geven bij onderwerpen in de media die kinderen nog niet goed kunnen begrijpen. Maar ook door het uitspreken van waardering voor leuke en geschikte media-uitingen.

Gezamenlijke mediabeleving dus niet alleen erover praten, maar samen lezen, samen kijken en samen beleven. Je kunt bijvoorbeeld meegenieten, meegriezelen en meeleven met je kind tijdens het gamen. Hierbij gaat het dus vooral om de uitwisseling van emoties.

Eigenlijk is er nog een vierde soort begeleiding, maar die heeft alleen betrekking op het gebruik van computers en internet, namelijk:

Zicht houden bij kinderen tot 12 jaar. Ouders laten hun kinderen vrij op de computer, maar zorgen er ook voor dat ze op afstand weten wat hun kind op de computer doet en blijven in de buurt om te helpen wanneer dat nodig is.

Aanvullende maatregelen

Daarnaast kunnen ouders aanvullende maatregelen treffen voor de veiligheid van hun kinderen op het internet, door technische voorzieningen te installeren. Zoals:

  • firewall;
  • virusscanner;
  • spamfilter;
  • popup killer;
  • filters voor ongeschikte websites.

Denk ook aan specifieke voorzieningen voor kinderen als:

  • monitor voor het internetgedrag;
  • kinderbrowser;
  • whitelist;
  • tijdklok;
  • chatroom-filter.

Nadenken

Opvoeden, dus ook mediaopvoeding, vindt vaak ter plekke plaats, op basis van incidenten. Als je het bijvoorbeeld zat bent dat je kind al heel lang achter de computer zit, kun je opeens boos uitvallen.

Ook kan het zijn dat ouders een bepaalde situatie een poosje op z’n beloop laten, omdat andere zaken op dat moment belangrijker zijn, waardoor het beter uitkomt om je kind gewoon maar even zijn zin te geven.

Dat betekent niet dat je als ouder ook gelukkig bent met de situatie. Sterker nog: je kunt een enorm schuldgevoel krijgen, en denken dat je tekortschiet in de mediaopvoeding.

Maar, geen nood: nadenken over dit soort situaties, en bedenken wat er in een volgende situatie gedaan moet worden, is juist heel positief! Het zorgt ervoor dat de opvoeding niet vastloopt, en uiteindelijk geeft het zelfvertrouwen. In ieder geval vergroot niet - of onvoldoende - nadenken over de mediaopvoeding van je kinderen de kans dat ze risicovol mediagedrag gaan vertonen.

De bovenstaande tekst is gebaseerd op: "Contact! - Kinderen en nieuwe media", p.201-219 (Bohn Stafleu van Loghum, Houten 2010).