Leeftijd:

0-18 jaar

Trefwoorden:

games, gamen

Is het zo dat als een kind op jongere leeftijd al in aanraking kom met computeren, internet en/of gamen, dat hij een verhoogde kans heeft op een internet-verslaving in latere levensjaren? Zo ja, is hier onderzoek naar gedaan?

Het antwoord van de deskundige

Uit het onderzoek naar internet-verslaving blijkt geen verband met de leeftijd waarop kinderen begonnen zijn met computeren, internetten, of gamen. Factoren die wél genoemd worden, zijn o.a.:

  • omgevingsfactoren (denk aan groepsdruk);
  • sociale isolatie (eenzaamheid);
  • psychopathologie (zoals depressie en sociale angsten);
  • zwaktes in het familiesysteem (zoals gebroken gezinnen);
  • gebrek aan sociale ondersteuning (te weinig belangstelling).

Bovendien hoort internet er nu eenmaal bij tegenwoordig. Als een kind niet op internet actief is, brengt dat óók risico’s met zich mee. Denk bijvoorbeeld aan het (sociale) isolement waarin een kind terecht kan komen als het niet mee kan doen met leeftijdsgenoten.

Regels

Uit sommig onderzoek bleek dat het risico op verslaving groter is wanneer kinderen op jonge leeftijd geen regels hebben gehad, waaraan ze zich moesten houden. Denk daarbij aan regels voor het beperken van de beeldschermtijd, regels voor het soort games dat ze wel en niet mogen spelen, etc. Bij oudere kinderen bleek bijna het omgekeerde. Hoe strenger de regels over tijdsbesteding in de puberteit, hoe meer verslavingsgedrag (gemiddeld, dus niet bij iedereen). Daaruit mag je overigens niet afleiden dat regels stellen - en handhaven - op die leeftijd geen zin zou hebben (misschien waren die strengere regels wel het gevólg van het verslavingsgedrag, en niet de oorzaak), maar het geeft wel aan dat je je niet alleen op de regels over tijdsbesteding zou moeten richten, maar het onderwerp breder moet benaderen.

In het algemeen geldt dat het positief werkt als ouders zich verdiepen in het internet- en game-gedrag van hun kinderen. Dan kunnen ze daarover goede en zinvolle gesprekken met ze hebben. Als je bijvoorbeeld niet weet wat er precies gebeurt in een online game, dan is het ook lastig om daar een mening over te hebben. Het belang van dergelijke gesprekken wordt bevestigd door veel onderzoek; het blijkt dat de kans op internet- en game-verslaving daardoor daalt.

Bronnen

De bronnen waarop ik mij gebaseerd heb, zijn o.a.:

  • Davis, R. A. (2001). ‘A cognitive-behavioral model of pathological Internet use.’ In: Computers in Human Behavior, 17, 187–195.
  • Van den Eijnden, R. J. J. M., Spijkerman, R., Vermulst, A. A., Van Rooij, A. J., & Engels, R. C. M. E. (2010). ‘Compulsive internet use among adolescents: bidirectional parent-child relationships’. In: Journal of Abnormal Child Psychology, 38(1), 77­89. doi:10.1007/s10802-009-9347-8
  • persoonlijk overleg met dr. Tony van Rooij, onderzoeker bij het IVO.

U kunt hieronder reageren op het artikel of u kunt zelf een vraag stellen aan een deskundige. Lees voor het stellen van een vraag ons privacystatement.

Reageer